Sterop Morf 10mg 1ml Z/b 100 Amp
Op voorschrift
Geneesmiddel

Sterop Morf 10mg 1ml Z/b 100 Amp

  € 52,86
Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

Wees extra voorzichtig met MORPHINE HCl STEROP: Er is in verband met de behandeling met MORPHINE HCl STEROP melding gemaakt van een aandoening die 'acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose' (AGEP) wordt genoemd. De klachten treden meestal op binnen de eerste tien dagen van de behandeling. Neem contact op met uw arts als u na het gebruik van MORPHINE HCl STEROP of andere opiaten ooit last heeft gehad van ernstige huiduitslag of huidschilfering, blaarvorming en/of zweren in de mond. Stop met het gebruik van MORPHINE HCl STEROP en roep onmiddellijk medische hulp in als u een van de volgende klachten opmerkt: blaarvorming, uitgebreide schilferige huid of met pus gevulde bultjes in combinatie met koorts. Ademhalingsstoornissen tijdens de slaap MORPHINE HCl STEROP kan ademhalingsstoornissen tijdens de slaap veroorzaken, zoals slaapapneu (adempauzes tijdens de slaap) en slaapgerelateerde hypoxemie (lage hoeveelheid zuurstof in het bloed). De klachten kunnen onder andere bestaan uit adempauzes tijdens de slaap, 's nachts wakker worden door kortademigheid, moeite om door te slapen of overmatige slaperigheid overdag. Als u of iemand anders deze klachten opmerkt, neem dan contact op met uw arts. Uw arts kan overwegen de dosis te verlagen. Neem contact op met uw arts als u last heeft van ernstige pijn in de bovenbuik die mogelijk uitstraalt naar de rug, misselijkheid, braken of koorts. Dit kunnen namelijk klachten zijn van ontsteking van de alvleesklier (pancreatitis) en het galwegsysteem. Als u MORPHINE HCl STEROP in een infuus moet gebruiken, moet deze oplossing en het infusiemateriaal beschermd worden tegen alle contaminatie door microben gedurende de hele duur van het infuus. Buiten het ziekenhuis wordt aangeraden om een infuus na 4 tot 6 uur niet meer te gebruiken. Er bestaat een risico van irritatie, necrose op de plaats van de injectie of tromboflebitis in geval van te snelle of langdurige toediening. Om het risico van tromboflebitis te verminderen, wordt aangeraden om de plaats van toediening om de 24 uur te veranderen. Kinderen Morfine mag niet toegediend worden voor een heelkundige ingreep aan kinderen jonger dan één (1) jaar en moet met uiterste voorzichtigheid toegediend worden bij pasgeborenen en prematuren. De begindosis moet verminderd worden en er moet toezicht gehouden worden op de intensive care afdeling voor de behandeling van acute pijnen met een bereiding van een antidotum. Gebruikt u nog andere geneesmiddelen? Gebruikt u naast MORPHINE HCl STEROP nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of gaat u dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dit is vooral belangrijk als u een van de hieronder genoemde geneesmiddelen inneemt of geneesmiddelen inneemt voor: Als men gelijktijdig MAO-remmers (een soort van antidepressiva) inneemt kan het sedatief effect toenemen en de bloeddruk dalen. Andere morfinederivaten en de barbituraten: groter risico van een ademhalingsdepressie. De onderdrukkende effecten van morfine worden versterkt door de depressiva van het centraal zenuwstelsel: anaesthetica, anxiolytica, antidepressiva, sedatieve H1 antihistaminica, fenothiazines, neuroleptica, centrale antihypertensia, thalidomide, baclofeen. Gabapentine of pregabaline voor de behandeling van epilepsie en pijn als gevolg van zenuwproblemen (zenuwpijn). Gelijktijdig gebruik van MORPHINE HCl STEROP en kalmerende middelen (sedativa) zoals benzodiazepinen of verwante geneesmiddelen, verhoogt het risico op sufheid, ademhalingsproblemen (ademhalingsdepressie) en coma en kan levensbedreigend zijn. Daarom dient gelijktijdig gebruik alleen te worden overwogen wanneer andere behandelingsopties niet mogelijk zijn. Als uw arts echter samen met sedatieve geneesmiddelen voorschrijft, dienen de dosis en de duur van de gelijktijdige behandeling door uw arts te worden beperkt. Vertel uw arts over alle sedatieve geneesmiddelen die u gebruikt en volg de dosisaanbeveling van uw arts nauwlettend op. Het kan zinvol zijn vrienden of familieleden erop te wijzen dat ze op de bovengenoemde verschijnselen en symptomen dienen te letten. Neem contact op met uw arts indien u dergelijke symptomen heeft. Morfine agonisten-antagonisten (buprenorfine, nalbufine, pentazocine): Vermindering van het pijnstillend effect door competitieve blokkering van de receptoren, met risico van optreden van een dervingsyndroom. Rifampicine (om bijvoorbeeld tuberculose te behandelen): Vermindering van de concentraties en van de doeltreffendheid van morfine en van zijn actieve metaboliet. Klinisch toezicht en eventuele aanpassing van de posologie van morfine tijdens de behandeling met rifampicine en na het stopzetten is geboden. Bepaalde geneesmiddelen voor de behandeling van bloedstolsels (bijv. clopidogrel, prasugrel, ticagrelor) kunnen een vertraagde en verminderde werking hebben bij gelijktijdig gebruik met morfine. Waarop moet u letten met eten, drinken en alcohol? Het gebruik van alcoholische dranken en geneesmiddelen die alcohol bevatten, moet vermeden worden: het sedatief effect van de morfinebestanddelen wordt versterkt door de alcohol en kan de waakzaamheid verminderen. Zwangerschap en borstvoeding Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt. Een matige hoeveelheid gegevens van zwangere vrouwen geeft niet aan dat morfine aangeboren afwijkingen of foeto / neonatale toxiciteit veroorzaken kan. Als voorzorgsmaatregel, is het beter om het gebruik van morfine tijdens de zwangerschap te vermijden. Morfine gaat door de placentabarrière heen en kan een ademhalingsdepressie bij de pasgeborene veroorzaken. Als MORPHINE HCl STEROP langdurig wordt gebruikt tijdens de zwangerschap, bestaat het risico dat de pasgeborene geneesmiddelontwenningsverschijnselen (met prikkelbaarheid, braken, stuiptrekkingen en een toegenomen sterftekans) heeft die door een arts moeten worden behandeld. Er is onvoldoende informatie over de uitscheiding van morfine in de moedermelk. Een risico voor het zogende kind kan niet worden uitgesloten. De onderbreking van de behandeling of van de borstvoeding moet worden overwogen, rekening houdend met het voordeel van borstvoeding voor het kind en het voordeel van de therapie voor de moeder. Rijvaardigheid en het gebruik van machines Door de vermindering van de waakzaamheid en de onderdrukkende invloed van de morfine op het centraal zenuwstelsel, mag de patiënt die met het product behandeld wordt, gedurende 48 uur na de laatste inspuiting niet met de auto rijden of geen instrumenten en/of machines gebruiken. MORPHINE HCl STEROP bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per ml, dat wil zeggen dat het in wezen "natriumvrij" is.

MORPHINE HCl STEROP is een morfineachtig analgeticum aangewezen bij de behandeling van ernstige pijn die niet wordt verholpen door minder sterke pijnstillers.

Welke stoffen zitten er in MORPHINE HCl STEROP?

  • De werkzame stof is morfinechloorhydraat. Elke ampul van 1 ml bevat 10 mg, 20 mg, 30 mg of 40 mg morfinechloorhydraat.

  • De andere stoffen (hulpstoffen) zijn natriumchloride, zoutzuur (voor pH-aanpassing) en water voor injecties.

Gebruikt u naast MORPHINE HCl STEROP nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of gaat u dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts of apotheker.

Dit is vooral belangrijk als u een van de hieronder genoemde geneesmiddelen inneemt of geneesmiddelen inneemt voor:

  • Als men gelijktijdig MAO-remmers (een soort van antidepressiva) inneemt kan het sedatief effect toenemen en de bloeddruk dalen.

  • Andere morfinederivaten en de barbituraten: groter risico van een ademhalingsdepressie.

  • De onderdrukkende effecten van morfine worden versterkt door de depressiva van het centraal zenuwstelsel: anaesthetica, anxiolytica, antidepressiva, sedatieve H1 antihistaminica, fenothiazines, neuroleptica, centrale antihypertensia, thalidomide, baclofeen.

  • Gabapentine of pregabaline voor de behandeling van epilepsie en pijn als gevolg van zenuwproblemen (zenuwpijn).

  • Gelijktijdig gebruik van MORPHINE HCl STEROP en kalmerende middelen (sedativa) zoals benzodiazepinen of verwante geneesmiddelen, verhoogt het risico op sufheid, ademhalingsproblemen (ademhalingsdepressie) en coma en kan levensbedreigend zijn. Daarom dient gelijktijdig gebruik alleen te worden overwogen wanneer andere behandelingsopties niet mogelijk zijn. Als uw arts echter samen met sedatieve geneesmiddelen voorschrijft, dienen de dosis en de duur van de gelijktijdige behandeling door uw arts te worden beperkt.

  • Vertel uw arts over alle sedatieve geneesmiddelen die u gebruikt en volg de dosisaanbeveling van uw arts nauwlettend op. Het kan zinvol zijn vrienden of familieleden erop te wijzen dat ze op de bovengenoemde verschijnselen en symptomen dienen te letten. Neem contact op met uw arts indien u dergelijke symptomen heeft.

  1. MOGELIJKE BIJWERKINGEN

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.

Belangrijke bijwerkingen of verschijnselen waarop u moet letten en wat u moet doen als u er last van krijgt:

  • Ernstige huidreacties met blaarvorming, uitgebreide schilferige huid, met pus gevulde bultjes in combinatie met koorts. Dit kan een aandoening zijn die acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP) wordt genoemd.

  • Ernstige allergische reactie die ademhalingsproblemen of duizeligheid veroorzaakt. Neem onmiddellijk contact op met een arts als u last heeft van deze belangrijke bijwerkingen.

Tijdens de behandeling kunnen de volgende bijwerkingen optreden:

De frequentie van deze mogelijke bijwerkingen is als volgt gedefinieerd: - zeer vaak: bij meer dan 1 op de 10 patiënten - vaak: bij 1 tot 10 op de 100 patiënten - soms: bij 1 tot 10 op de 1000 patiënten - zelden: bij 1 tot 10 op de 10.000 patiënten - zeer zelden: bij minder dan 1 op de 10.000 patiënten - niet bekend: de frequentie kan op basis van de beschikbare gegevens niet worden vastgesteld.

Zeer vaak:

  • Constipatie, misselijkheid, braken.

Soms:

  • Sedatie, verwarring, nachtmerries, hallucinaties, opgewondenheid, slaperigheid.

  • Jeuk, netelroos, huiduitslag.

Zelden:

  • Te hoge druk in de schedel.

  • Ademhalingsmoeilijkheden, ademhalingsstilstand.

  • Moeilijkheden om te urineren.

Niet bekend:

  • Allergische anafylactoïd-achtige reacties en meer zelden anafylactische reacties, meestal na intraveneuze injectie.

  • Onvrijwillige samentrekking van een spier (myoclonus), psychische stoornissen, hoofdpijn, duizeligheid, stemmingsveranderingen, een verhoogde gevoeligheid voor pijn, zweten.

  • Problemen met het zien (troebel of dubbel zien), vernauwing van de pupil (miose).

  • Vertragen of versnellen van het ritme van de hartslag (bradycardie of tachycardie), hartkloppingen, bloeddrukdaling met name bij het opstaan vanuit liggende of zittende houding (orthostatische hypotensie).

  • Roodheid van het gezicht.

  • Droge mond, spasmen van de galwegen.

  • Ureterale spasmen.

  • Ontwenningsverschijnselen of afhankelijkheid (zie voor de verschijnselen rubriek 3 "Als u stopt met het gebruik van MORPHINE HCl STEROP").

  • Slaapapneu (adempauzes tijdens de slaap).

  • Klachten die te maken hebben met ontsteking van de alvleesklier (pancreatitis) en het galwegsysteem, bijv. ernstige pijn in de bovenbuik die mogelijk uitstraalt naar de rug, misselijkheid, braken of koorts.

  • Verhoogde gevoeligheid voor pijn (hyperalgesie).

• Overgevoeligheid voor morfine
• Acute ademhalingsinsufficiëntie
• Acute abdominale syndromen van onbekende etiologie
• Spasme van de sfincter van Oddi, contractie van de galwegen, spasme van de pylorus, ernstige hepatocellulaire insufficiëntie
• Craniale trauma's, intracraniale hypertensie, convulsieve toestanden, coma
• Alcoholintoxicatie of acuut alcoholisme, intoxicatie met barbituraten
• Niet toedienen als pre-operatieve medicatie aan kinderen jonger dan één (1) jaar, noch aan prematuren.

Zwangerschap
Een matige hoeveelheid gegevens op zwangere vrouwen wijzen niet naar malformatieve of foeto / neonatale toxiciteit van morfine. Dierproeven hebben reproductieve toxiciteit aangetoond (zie rubriek 5.3). Als voorzorgsmaatregel, is het beter om morfine tijdens de zwangerschap niet te gebruiken.
Geen morfine gebruiken tijdens het 2de gedeelte van de arbeid en in geval van prematuriteit.
Morfine gaat door de placentabarrière en kan een ademhalingsdepressie bij de pasgeborene veroorzaken.
Er kan zich gewenning en een ontwenningssyndroom voordoen bij de pasgeborene in geval van toxicomanie van de moeder, met prikkelbaarheid, braken, stuiptrekkingen en een toegenomen sterftekans.
Pasgeborenen van wie de moeder tijdens de zwangerschap opioïde analgetica gebruikte, dienen te worden gecontroleerd op verschijnselen van neonataal abstinentiesyndroom. De behandeling kan bestaan uit een opioïde middel en ondersteunende zorg.

Borstvoeding
Er is onvoldoende informatie over de uitscheiding van morfine in de moedermelk. Een risico voor het zogende kind kan niet worden uitgesloten. De onderbreking van de behandeling of van de borstvoeding moet worden beschouwd, rekening houdend met het voordeel van borstvoeding voor het kind en het voordeel van de therapie voor de moeder.

Vruchtbaarheid
Uit dieronderzoek is gebleken dat morfine de vruchtbaarheid kan verminderen (zie rubriek 5.3.).

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
Door een subcutane injectie, door inspuiting in de spier of in de ader, door een intra-arachnoidale (epidurale of intrathecale) injectie en door een intraventriculaire injectie.
De arts zal de in te spuiten hoeveelheid, de frequentie van de injectie en de toedieningswijze bepalen volgens de patiënt en volgens het nagestreefde effect.
Hij/Zij zal bovendien aanwijzingen geven voor het gebruik.
Stop de behandeling niet voortijdig omdat dit nadelige gevolgen kan hebben voor uw gezondheid.
Hebt u te veel van MORPHINE HCl STEROP gebruikt?
Wanneer u te veel van MORPHINE HCl STEROP heeft gebruikt, neem dan onmiddellijk contact op met uw arts, apotheker of het Antigifcentrum (070/245.245).
De symptomen van overdosering zijn: slaperigheid die gevolgd kan worden door ademhalingsmoeilijkheden, grote vernauwing van de pupil, lage bloeddruk, daling van de lichaamstemperatuur, coma.
De spoedbehandeling die bij voorkeur in een gespecialiseerde ziekenhuisomgeving gegeven moet worden, moet het volgende omvatten: stopzetting van de lopende morfinebehandeling, cardiorespiratoire reanimatie, een specifieke behandeling met anti-morfineachtige producten: intraveneuze toediening van 0,4mg nalaxon, indien nodig om de 2 tot 5 minuten herhaald (0,4 tot 4mg in gefractioneerde dosissen).
Voor de kinderen bedraagt de begindosis 0,01mg/kg. Als er geen enkel effect werd vastgesteld na 2 tot 3 dosissen, kan de diagnostiek redelijkerwijs in twijfel getrokken worden.
Voorzorg: bij personen die afhankelijk zijn van morfinomimetica, kan een injectie met een te hoge dosis naloxon een dervingsyndroom veroorzaken (zie rubriek 4). Bij deze patiënten moet naloxon voorzichtig en progressief ingespoten worden.
Bent u vergeten MORPHINE HCl STEROP te gebruiken?
Neem geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen.
Als u stopt met het gebruik van MORPHINE HCl STEROP
Aangezien morfine een analgeticum is dat een toestand van gewenning kan veroorzaken bij een langdurig gebruik, mag de patiënt de behandeling niet plotseling stopzetten omdat zich anders derving zou voordoen.
Er moet vooraf een arts geraadpleegd worden die zal uitleggen hoe men de dosis geleidelijk aan moet verminderen.
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.

CNK 0677518
Merken Sterop
Breedte 121 mm
Lengte 145 mm
Diepte 88 mm
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)