Lasix 250mg Amp Iv 5x25 ml 250mg
Op voorschrift
Geneesmiddel

Lasix 250mg Amp Iv 5x25 ml 250mg

  € 18,45
Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

Lasix® behoort tot de groep van de diuretica. Lasix® is geïndiceerd bij acute nierinsufficiëntie, chronische nierinsufficiëntie en nefrotisch syndroom.

  1. Wanneer mag u Lasix niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn? Wanneer mag u Lasix niet gebruiken?

- U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter. - U bent allergisch voor sulfamiden (geneesmiddelen die de bacteriegroei remmen). - Als uw glomerulaire filtratiesnelheid normaal is of boven de 20 ml/minuut gezien het risico op overdreven water- en zoutverlies via de urine. Raadpleeg voor meer informatie uw arts. - Als u lijdt aan uitdroging (dehydratatie) of een vermindering van het circulerende bloedvolume heeft (hypovolemie). - Als u een sterk verzwakte nierfunctie heeft met verminderde urineproductie die niet reageert op furosemide, de werkzame stof van dit middel. - Wanneer u een ernstige leveraandoening heeft (leverencefalopathie) waarbij precomateuze en comateuze toestanden optreden. - Als u een ernstig natriumtekort heeft in uw bloed (hyponatriëmie). - Als u een ernstig kaliumtekort heeft in uw bloed (hypokaliëmie). - Als u zwanger bent of borstvoeding geeft (zie "Zwangerschap en borstvoeding"). Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met Lasix? Het is belangrijk dat u tijdens de behandeling voldoende kunt blijven plassen. Neem contact op met uw arts of apotheker voordat u dit middel gebruikt: - als u last heeft van een gedeeltelijke verstopping van de urinewegen (moeilijk urineren, vergroting van de prostaat, vernauwing van de urinebuis). - als u een verlaagde bloeddruk heeft (hypotensie). - als u een bijzonder risico loopt op bloeddrukdaling (vb. door vernauwing van de bloedvaten die het hart of de hersenen bevloeien). - als u suikerziekte heeft (diabetes). - als u jicht heeft (een ontsteking van de gewrichten). - als uw nieren minder goed werken én u tegelijkertijd een ernstige leverziekte heeft (hepatorenaal syndroom). - als u een te laag eiwitgehalte in uw bloed heeft (hypoproteïnemie). - in geval van gelijktijdige behandeling bij oudere, demente patiënten met risperidone (middel voor de behandeling van schizofrenie, ernstige agressie bij dementie en manische episodes). - bij premature baby's; de arts zal uw baby regelmatig controleren. - als u te weinig kalium in het bloed heeft (hypokaliëmie). Bij langdurig gebruik van Lasix is een kaliumrijke voeding met bv. mager vlees, aardappelen, bananen, tomaten, spinazie, bloemkool, gedroogde vruchten, enz. aan te bevelen. - als u Lasix toegediend krijgt als een intraveneuze infusie. In dit geval is Lasix zeer werkzaam en kan er bij een te hoge dosis een vermindering van het bloedvolume optreden. Een streng medisch toezicht is dus vereist. Als de dosis is aangepast aan het te behandelen geval, is er over het algemeen geen acute verandering in de bloedsomloop te vrezen, zelfs als u veel plast. - als u moeilijk kunt plassen, vertel dit dan onmiddellijk aan uw arts. - indien stoornissen van het bewustzijn worden opgemerkt, moet dit onmiddellijk aan de behandelende arts worden gemeld. - een te zoutarme voeding kan kuitspierkrampen, gebrek aan eetlust, zwaktegevoel, duizeligheid, slaperigheid en andere ongemakken veroorzaken. - Het is mogelijk dat er een verergering of activering is van systemische lupus erythematosus (veralgemeende ziekte van het afweersysteem).  Als u ouder bent, als u andere medicatie gebruikt die tot een daling van de bloeddruk kan leiden, en als u andere medische aandoeningen hebt waardoor u risico loopt op een daling in de bloeddruk. Regelmatige bloedcontroles kunnen noodzakelijk zijn.

Het gebruik van Lasix® aan hoge dosis is enkel aangewezen bij patiënten bij wie de nierfunctie sterk is aangetast en dit in het geval van :

  • Acute nierinsufficiëntie (oligo-anurie), b.v. post-operatief en bij infectieuze processen.
  • Chronische nierinsufficiëntie in het stadium van pre-dialyse en dialyse met vloeistofretentie, in het bijzonder in geval van chronisch longoedeem.
  • Nefrotisch syndroom met sterk verminderde nierfunctie, b.v. chronische glomerulonephritis, lupus erythematodes, Kimmelstiel-Wilson syndroom.

De diuretische werking van furosemide steunt op de inhibitie van de chloride en de natrium reabsorptie in het stijgende gedeelte van de lis van Henle, voornamelijk in het medullaire, maar ook in het corticale deel. Door hetzelfde mechanisme wordt ook de kalium-excretie verhoogd.

Gezien de korte werkingstijd van furosemide wordt dit verlies snel gecompenseerd door de resorptie van kalium buiten de diureseperiodes. Er werd ook een verhoging van het magnesiumverlies waargenomen doch de klinische gevolgen hiervan zijn niet duidelijk.

Furosemide heeft ook een directe vasodilaterende werking. Bij patiënten met hypertensie vermindert furosemide de gevoeligheid van de vaatwand voor norepinefrine. Over het algemeen verhoogt Lasix de uitscheiding van water en zout. Zijn werking wordt niet beïnvloed door een verminderde glomerulaire filtratie, noch door een hypoalbuminemie noch door een acidotische stofwisselingsstoornis.

Lasix® 250 mg/ 25 ml concentraat voor oplossing voor infusie: 250 mg furosemide per 25 ml oplossing voor infusie.

Hulpstoffen:

  • mannitol
  • natriumhydroxide
  • water voor injectie

Gebruikt u naast Lasix nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of gaat u dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Lasix en andere geneesmiddelen kunnen elkaars werking beïnvloeden. Dit geldt onder andere voor: Aminoglycosiden (antibiotica) en andere geneesmiddelen die schadelijk zijn voor het oor: de schadelijke effecten van deze geneesmiddelen kunnen versterkt worden door furosemide. Omdat de gehoorschade van blijvende aard kan zijn, mogen deze geneesmiddelen enkel om ernstige medische redenen in combinatie met furosemide worden toegediend. Chloralhydraat (een kalmerend middel): bij intraveneuze toediening (in een ader) van furosemide binnen 24 uur na de toediening van chloralhydraat zijn in geïsoleerde gevallen de volgende bijwerkingen gemeld: warmteopwellingen, zweetuitbarstingen, opwinding, misselijkheid, een verhoging van de bloeddruk en een versnelling van de hartslag. Bijgevolg is het niet aan te bevelen om furosemide gelijktijdig te gebruiken met chloralhydraat. Cisplatine (middel tegen kanker): gelijktijdig gebruik met furosemide kan leiden tot gehoorstoornissen. Het schadelijk effect van cisplatine op de nieren kan ook verhoogd worden. Beide producten mogen dan ook niet gelijktijdig worden toegediend. Sucralfaat (geneesmiddel gebruikt bij maagzweren): furosemide en sucralfaat mogen niet binnen 2 uur na elkaar ingenomen worden. Sucralfaat vermindert namelijk de opname van furosemide via de darmen waardoor de werking van furosemide afneemt. Vóór het begin van een behandeling met bepaalde geneesmiddelen tegen hoge bloeddruk zal, indien mogelijk, de inname van Lasix gedurende 2 à 3 dagen onderbroken worden. Volg de aanwijzingen van uw arts. Risperidone (middel tegen schizofrenie, ernstige agressie bij dementie en manische episodes): bij oudere, demente patiënten is voorzichtigheid geboden wanneer Lasix tegelijk met risperidone wordt toegediend. Deze combinatie mag enkel worden toegediend op instructie van de arts die de risico's en baten vooraf zal afwegen. Levothyroxine (schildklierhormoon): een hoge dosis furosemide kan invloed hebben op de hoeveelheid schildklierhormonen in uw bloed. Ontstekingswerende middelen, zoals middelen tegen reuma, kunnen de werking van Lasix verminderen. Fenytoïne (middel tegen epilepsie): de combinatie van fenytoïne en furosemide kan het effect van furosemide verminderen. Antibiotica (middelen ter voorkoming/bestrijding van bepaalde infecties): Lasix kan het toxische effect van sommige antibiotica (aminosiden, kanamycine, gentamycine, tobramycine, cefalosporines) op de nieren versterken, vooral wanneer deze producten toegediend worden in een hoge dosis. Gehoorstoornissen kunnen in die gevallen van blijvende aard zijn. Lasix kan de werking versterken van salicylaten, van lithiumpreparaten (geneesmiddelen bij depressie), van theofylline (geneesmiddel tegen astma) en van geneesmiddelen van het curare-type (om de spieren te ontspannen). Bloeddrukverlagende geneesmiddelen: wanneer furosemide gelijktijdig wordt toegediend met bloeddrukverlagende geneesmiddelen of andere geneesmiddelen die de arteriële bloeddruk kunnen doen dalen, moet er geanticipeerd worden op een meer uitgesproken bloeddrukdaling. Corticosteroïden (bijnierschorshormonen met o.a. een ontstekingsremmende werking), carbenoxolon (geneesmiddel gebruikt bij maagzweren), grote hoeveelheden zoethout en het langdurige gebruik van laxeermiddelen: een combinatie met Lasix kan leiden tot een kaliumtekort. Het is mogelijk dat Lasix de werking van geneesmiddelen tegen suikerziekte en bloeddrukverhogende middelen doet afnemen. Probenecide (geneesmiddel tegen jicht), methotrexaat (geneesmiddel gebruikt bij gewrichtsontsteking) en andere geneesmiddelen die, net als furosemide, voor een groot deel uitgescheiden worden via de nieren, kunnen het effect van furosemide verminderen. Omgekeerd kan furosemide de uitscheiding van deze geneesmiddelen via de nieren verminderen. Bij een behandeling met een hoge dosis (zowel van furosemide als van het andere geneesmiddel) verhoogt de kans op bijwerkingen van furosemide of van het gelijktijdig toegediende geneesmiddel. Elektrolytenstoornissen (bijvoorbeeld een tekort aan kalium en magnesium in het bloed) kunnen de toxiciteit (giftigheid) van sommige andere geneesmiddelen (bijv. bepaalde hartmiddelen) verhogen. Clofibraat (geneesmiddel dat het vetgehalte in het bloed verlaagt): mogelijke versterking van het effect van furosemide. Houtskool: vermindering van de doeltreffendheid van furosemide. Cholestyramine, colestipol (geneesmiddelen die het vetgehalte in het bloed verlagen): de doeltreffendheid van furosemide daalt. Ciclosporine A (middel dat de afweerreacties vermindert): verhoogd risico op jicht. Contraststoffen: verhoogde kans op een verminderde nierfunctie veroorzaakt door de contrastradiografie bij patiënten met een verhoogd risico op nieraandoeningen

  1. Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.

De frequentie van de mogelijke bijwerkingen die hieronder worden genoemd, is gedefinieerd overeenkomstig de volgende afspraak: zeer vaak (komt voor bij meer dan 1 op de 10 personen) vaak (komt bij 1 tot 10 op de 100 personen voor) soms (komt bij 1 tot 10 op de 1.000 personen voor) zelden (komt bij 1 tot 10 op de 10.000 personen voor) zeer zelden (komt bij minder dan 1 op de 10.000 personen voor) niet bekend (de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).

Volgende bijwerkingen werden beschreven:

Bloed- en lymfestelselaandoeningen

Vaak:  Concentratie van het bloed (hemoconcentratie).

Soms:  Tekort aan bloedplaatjes (trombocytopenie).

Zelden:  Tekort aan witte bloedlichaampjes (leukopenie).  Toename van bepaalde cellen (eosinofiele cellen) in het bloed (eosinofilie).

Zeer zelden:  Bloedarmoede als gevolg van een te geringe aanmaak van rode bloedlichaampjes (aplastische anemie).  Bloedarmoede als gevolg van een te grote afbraak van het bloed (hemolytische anemie).  Zeer ernstige bloedafwijking (een abnormaal laag aantal witte bloedcellen in het bloed) (agranulocytose).

Immuunsysteemaandoeningen

Zelden:  Allergische reacties.

Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen

Soms:  gehoorstoornissen  doofheid (soms onomkeerbaar)

Zeer zelden:  oorsuizingen

Deze bijwerkingen zijn meestal van tijdelijke aard en komen voor wanneer de intraveneuze toediening te snel is gebeurd, of wanneer het product gelijktijdig wordt gebruikt met middelen die schadelijk zijn voor het gehoor of bij patiënten met ontoereikende nierwerking of met hypoproteïnemie (te laag gehalte aan eiwitten in het bloed).

Bloedvataandoeningen

Zeer vaak (voor intraveneuze infusie):  Hypotensie: Lasix kan een verlaging van de bloeddruk veroorzaken die, voornamelijk wanneer ze zeer uitgesproken is, gepaard kan gaan met de volgende tekenen en symptomen: een verminderd concentratie- en reactievermogen, duizeligheid, gevoel van druk op het hoofd, hoofdpijn, draaierigheid, slaperigheid, gevoel van zwakte, gezichtsstoornissen, droge mond en orthostatische hypotensie (verlaagde bloeddruk bij het plots rechtstaan vanuit een liggende of zittende houding).

Zelden:  Vasculitis (ontsteking van de bloedvaten).

Niet bekend:  Neiging tot de ontwikkeling van trombosen (vorming van een bloedstolsel in een ader of slagader).

Maagdarmstelselaandoeningen

Soms:  Misselijkheid.

Zelden:  Braken of diarree.

Zeer zelden:  Ontsteking van de alvleesklier.

Lever- en galaandoeningen

Zeer zelden:  Leverstoornissen.  Stoornissen in de leverfunctietesten (stijging transaminasen).

Huid- en onderhuidaandoeningen

Soms:  Jeuk, netelroos, huiduitslag, bulleuze letsels (blaar- of blaasvormige letsels), roodheid of ontsteking van de huid met afschilfering of rode vlekken.  Verhoogde gevoeligheid van de huid voor licht (fotosensibiliteit).

Niet bekend:  Ernstige overgevoeligheidsreactie met (hoge) koorts, rode vlekken op de huid, gewrichtspijn en/of oogontsteking (Stevens-Johnson syndroom).  Ernstige, acute (overgevoeligheids)reactie gepaard gaande met koorts en blaren op de huid/vervelling van de huid (toxische epidermale necrolyse).  Plotse, veralgemeende eczeem-achtige blaasjes (AGEP).  Geneesmiddelenhuiduitslag met eosinofilie (toename van de eosinofiele bloedcellen) en algemene symptomen (DRESS).

Indien een van deze huidreacties zich voordoet, stop dan het gebruik van Lasix en verwittig onmiddellijk uw arts.

Lasix 250 mg/25 ml en Lasix 500 mg zijn gecontra-indiceerd bij alle patiënten met een glomerulaire filtratie die normaal is of hoger is dan 20 ml/min. In dergelijke gevallen kunnen hoge dosissen Lasix immers tot een sterk vocht- en zoutverlies via de urine leiden wat een shock of ernstige stoornissen van de vocht- en de elektrolytenbalans kan veroorzaken.
Furosemide mag niet toegediend worden aan patiënten met:
- een overgevoeligheid voor furosemide of voor één van de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen. Er bestaat een kruisallergie tussen furosemide en sulfamiden (bijvoorbeeld antibiotica van het sulfamide- of sulfonylureatype),
- dehydratatie of hypovolemie,
- nierinsufficiëntie met oligo-anurie die niet reageert op furosemide,
- een toestand van precoma of comateuze toestanden die optreden bij hepatische encefalopathie,
- ernstige hyponatriëmie,
- ernstige hypokaliëmie,
- aan zwangere vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven (zie "Zwangerschap en borstvoeding"),
- omwille van de aanwezigheid van lactose in Lasix 500 mg tabletten (55 mg/tablet) is dit geneesmiddel tegenaangewezen bij patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, Lapp lactasefeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie.
Lasix 250 mg/25 ml mag niet toegediend worden in bolusvorm. Lasix 250 mg/25 ml mag alleen toegediend worden via infusiepompen waarbij het volume en de snelheid geregeld worden, om het risico op een accidentele overdosering te verminderen.
Lasix 500 mg mag alleen toegediend worden aan patiënten bij wie de glomerulaire filtratie sterk verminderd is. Zo niet bestaat er gevaar voor overmatig verlies van elektrolyten en van vocht.

Zwangerschap Furosemide passeert de placenta. Neem Lasix daarom niet als u zwanger bent, behalve op uitdrukkelijk advies van uw arts. Bij een eventuele behandeling tijdens de zwangerschap, zal uw arts de groei van de foetus nauwkeurig volgen. Borstvoeding Lasix komt in de moedermelk terecht en kan de productie ervan remmen. Geef daarom geen borstvoeding wanneer u met furosemide behandeld wordt.

De hoog gedoseerde farmaceutische vormen Lasix® 250 mg/25 ml (oplossing voor intraveneuze infusie) en Lasix® 500 mg (tabletten) zijn strikt voorbehouden voor patiënten bij wie de glomerulaire filtratie sterk verminderd is (GFR< 20 ml/min.)

De dosis die nodig is om de diurese op gang te brengen bij patiënten met nierinsufficiëntie hangt niet noodzakelijk af van de ernst van de nierinsufficiëntie noch van de morfologische veranderingen die aangetoond worden door de biopsie.

In bepaalde gevallen kan de gewone therapeutische dosis van Lasix® dan ook voldoende doeltreffend zijn, zelfs als de glomerulaire filtratie sterk verminderd is, in het bijzonder bij functionele oligurie of anurie. Elk geval kan een andere of onverwachte reactie uitlokken, en dus is het aan te raden om allereerst de diurese onder controle te houden door gewone dosissen Lasix® toe te dienen en die geleidelijk te verhogen, alvorens Lasix® 250 mg/25 ml of Lasix® 500 mg toe te dienen.

Wanneer de gewenste diurese bereikt is, is het aangeraden om niet alleen voor een zorgvuldige elektrolytensubstitutie te zorgen, maar ook om een nauwkeurige vochtbalans op te stellen, om een hypovolemie of een hypotensie te voorkomen bij acute nierinsufficiëntie.

CNK 0053017
Breedte 145 mm
Lengte 135 mm
Diepte 30 mm